Na een vitrectomie bij patiënten boven de 55 jaar ontwikkelt zich snel cataract. Als er nog geen cataract aanwezig is zal meestal binnen twee jaar een phako nodig zijn. Is er al cataract of wordt bij de vitrectomie een gastamponade gebruikt dan wordt die termijn nog korter. Bij patiënten met diabetes kan het langer duren voor cataract ontstaat. Bij een phako na een vitrectomie is de kans op per- en postoperatieve complicaties wat verhoogd. Bij co-morbiditeit van bijvoorbeeld cataract en pucker is het regelmatig onduidelijk welke pathologie de belangrijkste oorzaak van de klachten is.

Er kunnen dus bij patiënten ouder dan 55 jaar goede argumenten zijn om voor of tijdens de vitrectomie een phako te verrichten. Bij diabeten met heldere lenzen is er vanwege de trage cataractontwikkeling reden voor terughoudendheid.

Op de verwijsformulieren kunt u uw voorkeur aangeven t.a.v. het cataractbeleid. Wij houden daar dan zoveel mogelijk rekening mee. De alternatieven zijn:

  • N.v.t. bijvoorbeeld als er sprake is van een dropped nucleus.
  • Is pseudofaak of afaak.
  • De verwijzer verricht de phako voor de vitrectomie. Bijvoorbeeld bij een pucker of bij floaters, maar ook bij een maculagat. Bij een maculagat moet een en ander wel strak gepland worden om niet te veel tijd te verliezen. De vitrectomie kan zo nodig vlak na uw phako plaatsvinden.
  • Gecombineerde phako-vitrectomie. U laat de phako aan ons over.
  • De verwijzer verricht de phako na de vitrectomie. Dit is bijvoorbeeld een goede keuze als er nog weinig cataract is en er na een phako met een emmetrope IOL keuze anisometropie zou ontstaan.